SLEEPWET

 

De vernieuwde Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ook wel sleepwet, geeft een uitbreiding van de middelen die de diensten (AIVD en MIVD) mogen inzetten. De grootste veranderingen zijn:

  • Er mag een zogenaamd “sleepwet” worden ingezet om massaal online communicatie af te luisteren, ook van niet verdachte burgers. Zo mag een hele wijk afgeluisterd worden wanneer er een verdacht persoon in woont.
  • Alle geautomatiseerde apparaten mogen gehackt worden. Denk bijvoorbeeld aan uw telefoon, computer of smart-tv.
  • Er mag een geheime DNA-databank aangelegd worden waar iedereen in terecht kan komen. Verzamelde data mag met buitenlandse inlichtingendiensten gedeeld worden, ook zonder deze eerst geanalyseerd te hebben.
  • Instanties als de Raad van State, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Nederlandse Vereniging van Journalisten en verscheidene wetenschappers hebben al hun zorgen geuit over deze wet. De wet is op 11 juli aangenomen door de Eerste Kamer.

De gehele wet is hier te vinden.

Op 21 maart 2018 is er een raadgevend referendum over de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv). Deze wet gaat over de bevoegdheden van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De AIVD en MIVD zeggen de wet nodig te hebben voor de veiligheid van Nederland. Om terreuraanslagen en cyberaanvallen te voorkomen en voor de veiligheid van Nederlandse militairen op missie.
407582

x getekend

Wat is jouw standpunt?

Test binnen 3 minuten of jij voor of tegen de sleepwet bent!

Het wetsvoorstel is op 11 juli door de Eerste Kamer aangenomen. Het sleepnet is dus een feit. Na enkele formaliteiten zal de wet hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2018 in werking treden. Inmiddels zijn wij aan het verkennen of we een rechtszaak kunnen voeren om het sleepnet uit de wet te krijgen. Ook zijn er genoeg stemmen verzameld om een referendum te organiseren over deze wet.
In de Tweede Kamer waren de SP, GroenLinks, D66, Partij voor de Dieren, Groep Kuzu/Öztürk en Klein tegen het sleepnet en stemden uiteindelijk tegen het wetsvoorstel. De rest van de partijen stemden voor. De ingediende amendementen zijn grotendeels afgewezen, maar veel moties zijn wel aangenomen. Een uitgebreider overzicht wie wat heeft gestemd vind je hier. In de Eerste Kamer was er met de stemmen van de VVD, CDA, PVV, SGP, ChristenUnie, 50plus en OSF ook een meerderheid voor de wet. De senatoren van GroenLinks, de SP, D66 en de Partij voor de Dieren stemden tegen de wet. Een korte samenvatting van het debat en de stemverhouding in de Eerste Kamer vind je hier.
Met het sleepnet – ook wel door de regering ‘onderzoeksopdrachtgerichte interceptie’ genoemd – kunnen de geheime diensten (zowel de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, als de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) massaal de communicatie van smartphones, computers en andere online apparaten van grote groepen onschuldige individuen onderscheppen. Het sleepnet wil dus zeggen dat grote hoeveelheden communicatie opgevangen worden, om er vervolgens doorheen te kunnen grasduinen, op zoek naar bekende of onbekende targets, steekwoorden en dergelijke. Dat kan alleen maar als er op grootschalige wijze data binnengesleept wordt – en dus ook onze gegevens. Ze weten namelijk vaak nog niet precies waar ze naar op zoek zijn. Om dat allemaal te kunnen doen krijgen de geheime diensten toegang tot communicatieknooppunten, zoals bijvoorbeeld bij KPN of de AMS-IX, om zo data te kunnen opvangen. Die gegevens worden vervolgens doorgestuurd naar databases van de diensten, die die gegevens vervolgens drie jaar kunnen opslaan en er doorheen kunnen grasduinen.
Je denkt wel twee keer na wat je zegt of deelt met anderen als je weet dat je communicatie kan worden getapt. Durf je bijvoorbeeld nog te zoeken op een term als ‘jihad’? En zijn klokkenluiders nog wel bereid om gevoelige informatie met journalisten te delen als hun communicatie kan worden afgeluisterd? Deze maatregel leidt tot zelfcensuur en beperkt de vrijheid om afwijkende meningen te delen. In een gezonde democratische rechtsstaat is het juist essentieel dat je vrij met anderen kunt communiceren, zonder dat je bang hoeft te zijn voor de consequenties.
Het is belangrijk dat de Nederlandse geheime diensten doelgericht en efficiënt onderzoek kunnen doen naar personen of organisaties die een gevaar vormen voor onze samenleving. Maar hiervoor is het niet noodzakelijk om op grote schaal de communicatie van onschuldige individuen te onderscheppen. De daders van aanslagen in bijvoorbeeld Brussel en Parijs, waren al bekend bij de geheime diensten en opsporingsinstanties. Gebrek aan informatie is dus niet zozeer het probleem. Het lijkt eerder andersom. Zo bleek onlangs nog dat een overvloed aan informatie de slagvaardigheid van de Britse geheime diensten alleen maar beperkt. In plaats van nog meer informatie te onderscheppen kunnen we beter investeren in het benodigde mensenwerk en een betere samenwerking. Dat verbetert de slagvaardigheid van de geheime diensten zonder dat er massaal informatie over onschuldige mensen wordt verzameld.
Er wordt inderdaad gesproken over een ‘onderzoeksopdracht’. Dat lijkt te impliceren dat het om kleine groepen mensen zou gaan. Maar dat is niet zo. Eerder werd al duidelijk dat er bij zo’n onderzoeksopdracht bijvoorbeeld wordt gedacht aan het tappen van het internetverkeer tussen de inwoners van een bepaalde stad en een chat-app of het verkeer van openbare WiFi-hotspots. Zo kunnen de diensten dus op grote schaal communicatie onderscheppen waarbij het overgrote deel zal bestaan uit communicatie van mensen die niets verkeerds hebben gedaan en nergens van worden verdacht. Het kabinet erkende tijdens het debat op 8 februari uiteindelijk ook dat het juist de bedoeling is om stelselmatig en op grote schaal te kunnen tappen.
De geheime diensten kunnen de gegevens die ze verzamelen delen met buitenlandse diensten. Dat is om meerdere reden een probleem. Zo wordt geen enkele samenwerking op voorhand uitgesloten. Dit betekent dat jouw gegevens dus ook kunnen worden gedeeld met landen die weinig respect hebben voor de mensenrechten. De Nederlandse geheime diensten kunnen ook gegevens uitwisselen met buitenlandse diensten, zonder dat zij deze gegevens zelf geanalyseerd hebben. Ze weten dan niet waar de gegevens dan precies over gaan. Ze kunnen dus geen inschatting maken van de gevolgen van het delen van deze niet-geanalyseerde gegevens. Stel je voor dat jouw bezoek aan websites die kritisch berichten over Erdogan wordt gedeeld met Turkije? De diensten kunnen dit soort gegevens delen zonder dat zelf te weten. Dat is onacceptabel. We moeten voorkomen dat alle waarborgen het raam uit gaan wanneer gegevens de grens over gaan. Als ze gegevens delen met buitenlandse diensten dan moeten deze op z’n minst vooraf geanalyseerd zijn.
Bronbescherming is een essentiële waarde in onze democratie. Maar gegevens die als ‘bijvangst’ met het sleepnet naar binnen zijn gehaald en die naar een bron kunnen leiden, worden onder de nieuwe wet niet beschermd. Zo wordt het alsnog onmogelijk voor journalisten om de bescherming van hun bronnen te garanderen. Bovendien hoeven de gegevens over de vertrouwelijke communicatie tussen een journalist en z’n bron niet vernietigd te worden als deze zijn vergaard zonder tussenkomst van de rechter. Voor de communicatie tussen advocaten en cliënten geldt wel zo’n vernietigingsplicht. Hierdoor zullen bronnen waarschijnlijk vaker af zien van contact met journalisten, zeker als ze iets over de diensten zelf te melden hebben. We weten immers dat de Nederlandse diensten eerder journalisten heel bewust als doelwit kozen en de rechter dit heeft veroordeeld.

Video toelichting